PRI, leven vanuit liefde, compassie en verbinding

Test: Afweervormen onderscheiden

Test: afweervormen onderscheiden

Om te kijken hoe goed je in staat bent de vijf afweermechanismen te herkennen, kun je onderstaande test maken. Als blijkt dat je goed kunt onderscheiden welk afweermechanisme zich in bepaald gedrag, een bepaalde gedachte of een bepaalde emotie manifesteert, kun je beginnen met fase 1 van het programma. Als je echter nog moeite hebt met het herkennen wanneer een of meer van de vijf afweermechanismen actief is, (her)lees dan bijlage nummer 2 van "PRI en de kunst van bewust leven" – Meer uitleg en voorbeelden van de vijf afweermechanismen. Als je behoefte hebt aan nog meer informatie, lees dan mijn eerdere boeken De herontdekking van het ware zelf en Illusies.

Lees de volgende uitspraken en schrijf op of ze ontkenning van behoeften, valse hoop, valse macht, primaire afweer of angst weergeven. Je vindt de antwoorden aan het eind van de test.

1. ‘Wat ik ook doe, mijn man lijkt niet te willen begrijpen wat ik bedoel met intimiteit in een relatie.’

2. ‘Ik moet haar helpen, als ik het opgeef redt ze het niet.’

3. ‘Ik doe altijd heel erg mijn best om met haar geen conflict te krijgen.’

4. ‘Ik voel me op mijn werk altijd minder waard dan mijn collega’s. In vergaderingen voel ik me geremd en durf ik niet te zeggen wat ik denk.’

5. ‘Ik raak vaak in paniek als ik in een groep iets moet zeggen.’

6. ‘Sommige mensen zijn zo stom, daar kan ik gewoon niet tegen. Waarom doen ze hun huiswerk niet en bereiden ze zich niet degelijk voor?’

7. ‘Ik weet zeker dat het niemand echt iets kan schelen of ik er ben of niet. Ik heb toch nooit iets belangrijks te melden.’

8. ‘Ik wil gewoon met rust gelaten worden als ik uit mijn werk kom; ik wil mijn krantje lezen, een biertje drinken en even bijkomen.’

9. ‘Ik vind het best als mijn vrienden mijn verjaardag vergeten, ik amuseer me wel.’

10. ‘De wereld is een puinhoop, je kunt mensen niet vertrouwen en ze denken bovendien alleen maar aan zichzelf.’

11. ‘Ik krijg altijd de schuld, ik haat ze erom.’

12. ‘Ik red me best in mijn eentje. Dat moet ook wel, een ander doet het niet voor me.’

13. ‘Het heeft geen zin in het verleden te wroeten. Wat voorbij is, is voorbij. Je moet het verleden achter je laten en doorleven.’

14. ‘Ik neem altijd veel verantwoordelijkheid op me, maar er is nooit iemand die dat waardeert.’

15. ‘Mijn jeugd was zo omdat ik ervoor gekozen heb. Dat is mijn karma. Ik ben mijn ouders dankbaar voor de pijn die ze me hebben gedaan.’