PRI, leven vanuit liefde, compassie en verbinding

PRI en Opvoeden

'ONVERKLAARBARE psychische problemen wijzen bijna altijd op onverwerkte OUDE PIJN'

Interview met Ingeborg BoschWat bekend staat als een ‘gezonde Hollandse opvoeding’ kan kinderen in de praktijk ernstig beschadigen vindt psycholoog Ingeborg Bosch (42). Zij ontrafelde haar eigen pijn en schreef de bestsellers De herontdekking van het ware zelf en Illusies. “Wat een kind nodig heeft, krijgt het bijna nooit. Dat heeft me zó geraakt.’

Bron: Santé - oktober - 2003
Tekst: Stephanie Jansen
Fotografie: Erik Buis
Visagie: Mettina Jager

 

Oprecht verbaasd bladert ze door een grote stapel geprinte e-mails. Hier en daar leest ze een paar zinnen voor. ‘Een geweldige openbaring’, ’alsof de puzzelstukjes uit grote en kleine levensvragen in elkaar vallen’. ‘Dit boek is mijn redding’. Psycholoog Ingeborg Bosch ontwikkelde een vorm van psychotherapie — zelf noemt ze het liever bewustzijnsleer — waarover ze twee zelfhulpboeken schreef. De methode, Past Reality Integration of PRI, heeft als uitgangspunt dat bijna alle verdriet, angst, paniek en andere pijnlijke emoties wortelen in onze kindertijd en de opvoeding die we kregen. Pas als we heden en verleden op de juiste wijze ontwarren, kunnen we voorgoed afrekenen met oud zeer.

Voor haar werk krijgt lngeborg internationale erkenning. KRO-programmamaker Fons de Poel vroeg afgelopen zomer haar hulp bij de interviewserie Home sweet home, waarin bekende Nederlanders vertelden over hun verleden, Wekelijks krijgt ze honderden reacties van lezers van haar boeken, waarvan de laatste, Illusies, na twee maanden al in herdruk was. Ze is er confuus van. “Mensen schrijven me over jaren van eenzaamheid, wanhoop, leegte, verslaving. Over het eindeloos zoeken naar een uitweg. Die ze vervolgens in mijn boeken zeggen te vinden. Daarover praten roept bijna een soort schaamte op, of eigenlijk is schaamte niet het goede woord, Ik sta paf. Moet je je voorstellen: op aandringen van mijn uitgever ging ik schrijven, Ik zat in mijn eentje achter een computer, zonder enig idee van de impact. Het lijkt iets wat groter is dan mezelf. Dat vervult me met een diep gevoel van dankbaarheid.”

‘In plaats van troostende woorden krijgt een bang kind te horen: stel je niet aan'

Inmiddels is ze met haar derde boek bezig. Naast het schrijven begeleidt ze cliënten en leidt ze therapeuten op om aan de groeiende vraag naar PRI- therapie te voldoen. Dat doet ze vanuit haar eigen praktijkruimte, gebouwd achter de wit gepleisterde woning die idyllisch aan een ven ligt, onder aan een stille dijk in de Betuwe. Ze woont er met haar man Jim Bonomo (41), die schrijver is en voor een groot deel de zorg voor Lara (6) en Karsteri (9) op zich neemt. Nu de kinderen wat ouder zijn, werkt ze zelf vier dagen; gedreven, op het idealistische af.

Relativerend: “Ik zou ook gelukkig zijn als ik in de tuin kon schoffelen en spelletjes met de kinderen kon doen. Maar dit is op mijn weg gekomen. Ik denk dat iedereen een pad heeft dat hij moet volgen. Ik geloof heilig in PRI, het komt uit mijn hoofd en uit mijn hart. Het zit in mijn aard, denk ik. Als puber stelde ik mezelf al voortdurend vragen. Ik zag uitbuiting van de derde wereld, materialisme, ongelukkige mensen. Ik wilde toen al weten wat erachter zat, wat mensen drijft. Ik kan niet anders.”

‘Een kind heeft GEVOEL, heeft het nodig om te worden GEHOORD en GERESPECTEERD’

Deze therapie heb je ontwikkeld vanuit je eigen ervaringen met een Amerikaanse methode. Je vond daarin een manier om aan je eigen ‘heelwording te werken. Wat gebeurde er?

interview met Ingeborg Bosch“Ik was begin dertig en kreeg mijn eerste kind. Wat je vaker ziet, overkwam ook mij: deze ingrijpende gebeurtenis bracht een proces op gang waarbij het evenwicht in mijn leven werd verstoord, Ik was tweeverdiener en werkte hard als consultant en coach in het bedrijfsleven. Zowel op mijn werk als in de familie gebeurden in die tijd een paar heel nare dingen. Alles kwam bij elkaar en wanhopig probeerde ik mijn leven draaiende te houden, maar dat lukte niet, Ik kreeg een burn-out. Oude overlevingsstrategieën werkten niet meer, weet ik nu. Een diepe pijn kwam omhoog, die ik niet langer kon wegdrukken. Dat het te maken had met mijn prille kindertijd, wist ik nog niet. Voor mijn gevoel van uitputting en wanhoop zocht ik verklaringen in het nu, in het combineren van werk en zorg, in de omstandigheden.
Voor het eerst ging ik in therapie. Die therapeut gaf me het boek Het drama van het begaafde kind van Alice Miller. Daarin las ik dat er in onze maatschappij enorme ontkenning en blindheid bestaat voor de emotionele behoeften van kinderen, Ik heb een streng corrigerende opvoeding gehad, waarin ‘stel je niet aan’ ,‘je bent niet van suiker’ en ‘punt uit’ terugkerende uitspraken waren. Een normale Hollandse opvoeding dus, zoals mijn ouders zelf ook waren grootgebracht. Maar zonder dat ze het ooit hadden beseft of gewild, had die opvoeding heel pijnlijke gevolgen gehad. Ik had vroeger nooit mogen falen, kiezen op elkaar en doorzetten, Ik wilde altijd alles goed doen, maar dat lukte met mijn nieuwe, drukke leven opeens niet meer. In mijn zoontje, klein, hulpeloos en kwetsbaar, zag ik mezelf en dat raakte me heel diep.
In het boek van Miller vond ik erkenning van mijn realiteit, al snapte ik nog niet hoe het precies zat. Het werd veel duidelijker toen ik Jean Jenson ontmoette, schrijfster van het zelfhulpboek Op weg naar je ware zelf. Wat ik vroeger had gemist bij mijn ouders, was inlevingsvermogen. Een kind heeft gevoel, heeft het nodig om te worden gehoord en gerespecteerd. Het is een grote misvatting dat wat volwassenen graag willen, niet op een kind van toepassing is. Jean en ik kregen een diep contact en vonden veel herkenning in elkaar, zowel in hoe we als mens waren als in onze denkbeelden. Onverklaarbare psychische problematiek wijst bijna altijd op onverwerkte oude pijn. Wat een kind nodig heeft, krijgt het bijna nooit. Die vaststelling heeft me zó geraakt.”

Dat is wat je noemt: de mythe van de gelukkige jeugd?

“Het is het laatste taboe. Ouders zijn geen monsters, begrijp me niet verkeerd, maar zelf zijn ze onvolmaakt. Ze zijn vaak niet in staat om alle behoeften van hun kinderen te vervullen. Ik begrijp dat dit een heel moeilijke boodschap is voor ouders en ik wil ze ook niet beschuldigen, ik wil ze bewust maken. Kinderen hebben meer nodig dan eten, drinken en onderdak, Ze hebben behoefte aan lichamelijke en emotionele veiligheid, respect voor hun eigen identiteit, liefdevolle aandacht, steun, stimulans, warmte, begrip.
In plaats daarvan worden veel kinderen berispt, gestraft, aangespoord om beleefd en onzelfzuchtig te zijn terwijl ze daar te jong voor zijn, gedwongen zich aan regels te houden die ze nog niet snappen. Nogal wat ouders maken hun kind een beetje belachelijk in het bijzijn van anderen. Zo van: ’Kijk haar nou’ als een kind iets ‘raars’ of ‘ongepasts’ doet, iets wat in het ogen van het kind natuurlijk helemaal niet raar of ongepast is. In plaats van troostende woorden krijgt een bang kind te horen: stel je niet aan. Kleine baby’s worden dikwijls vrij ruw behandeld, tijdens tests na de geboorte, door een baby op een vast voedingsschema te zetten, door hem’s nachts te laten huilen. Terwijl een baby een heel sensitief wezentje is. Uit onderzoek is bekend dat de stresshormonen die vrij komen veel invloed hebben op de prille hersens, vooral op de ontwikkeling van de emotionele centra.
Waarom doen we dat allemaal? Omdat we de pijn die we zelf hebben opgelopen in onze jeugd nooit hebben toegelaten. We hebben er geen weet van. Dat kan ook niet anders: als kind ben je afhankelijk, niet in staat iets aan je eigen situatie te veranderen en heb je geen besef van tijd. Een kind kan niet anders dan de waarheid verdringen, uitblokken. Later zeggen we: het is maar goed dat ik zo ben op gevoed, anders had ik het nooit zo ver geschopt in het leven. Om vervolgens onze eigen kinderen hetzelfde aan te doen. Het is een destructieve cyclus.
Of we voelen ons rot en zoekend een verklaring in het heden:’lk heb de verkeerde baan’ of ’Ik heb de verkeerde man’: Laatst las ik een interview met zanger Robbie Williams. Hij lijdt aan depressies en stemmingswisselingen en zegt daar heel stellig over: ’Het ligt niet aan mijn opvoeding, ik ben gewoon gevoelig geboren, ik zit van nature complex in elkaar’. Terwijl ik verderop las dat zijn ouders drukke banen hadden en al vroeg zijn gescheiden. Bepaald geen vanzelfsprekende situatie om aan de behoefte van veiligheid en zekerheid te voldoen.”

Ons eigen brein misleidt ons?

Interview met Ingeborg Bosch“We zitten gevangen in illusies. We ontwikkelen afweermechanismen tegen de pijn die we voelen. Er zit een soort monitor in onze hersens die voortdurend alles scant. Als hij iets herkent van vroeger,gaat er een alarmbel af en raak je bevangen door een heftige emotie, of juist gebrek eraan, die niet veroorzaakt is door de situatie of persoon tegenover je. Neem bijvoorbeeld het fenomeen spreekangst. Iemand kan spreken voor grote groepen vermijden, of tegen zichzelf zeggen: ‘Ik ben nog jong, het is heel wat om voor een hele zaal te staan: Dat is allemaal afweer, die je kunt omkeren door je af te vragen: waar ben ik zo bang voor, waarom voel ik me zo?
PRI leert Je de angst boven te laten komen, alsof je een oud bestand op de harde schijf opnieuw ophaalt. Ik heb een cliënt met spreekangst behandeld, die zich een zaal vol mensen voorstelde. In zijn hoofd werd die zaal steeds rumoeriger, om uiteindelijk één dreigende gedaante te vormen: het gezicht van zijn moeder. Er kwamen herinneringen boven waarin zijn moeder ongeduldig en kwaad was. In de ogen van het kind was ze een tijgerin, levensbedreigend. Hij voelde zich destijds vermorzeld, en in die zaal gebeurde hetzelfde. De situatie was symbolisch. Met het toelaten van het oude gevoel ben je nog niet klaar. Je bewerkt de oude pijn en slaat het nieuwe gevoel op, zodat je het voortaan ziet voor wat het is: ongevaarlijk.

‘Geen ouder kan alles goed doen. Maar je kunt je wel
realiseren welke impact het heeft als je je geduld verliest’


Huilen of je woede uiten lucht op, je komt even uit een kramp. Maar als vervolgens je gedachten je gedrag niet veranderen, lost het op termijn niets op. Dan blijf je gevangen in illusies.”

Waarin is PRI anders dan andere therapieën?

“Veel therapieën helpen je vooral om een andere vorm van afweer te kiezen, Als een therapeut tegen je zegt ‘Je bent wél een mooi mens’ creëert dat valse hoop. Dat is ook een vorm van afweer. In een assertiviteitscursus leer je boos worden op anderen: valse macht. Medicatie dempt je gevoelens en drijft je verder van de pijn vandaan. Kortom, je komt van de regen in de drup. Volgens PRI moet je juist door de pijn heen.”

Kan een mens ooit helemaal Vrij zijn Van zijn verleden? Ben jij dat bijvoorbeeld?

Ze lacht: “Over mijn televisieoptredens kreeg ik vaak te horen: je zat er zo ontspannen bij. lk heb me vooraf wel afgevraagd wat er met me zou gebeuren. Wordt dit symbolisch? Krijg ik ergens last van? Tijdens de opnames voelde ik een iets verhoogd adrenalineniveau, ik moest tenslotte in korte tijd iets neerzetten, maar ik bleef toch rustig. Ik hoefde mezelf geen moed in te spreken, de situatie was oké. PRI leert je geen truc toe te passen, het verandert je bewustzijn op een diep niveau. De monitor scant wel, maar komt niks tegen. En dan blijkt het heden opeens verrassend onbelast te zijn.
Aan de andere kant blijft in het nú leren zijn, zonder bevangen te worden door het verleden, een levenslang proces. Ik zat gisteren tegenover mijn accountant om mijn jaarcijfers te bespreken. Dat doe ik elk jaar en nog steeds snap ik niks van al die balansen. Ik voelde opeens een grote irritatie opkomen en wist: nu wordt er afweer geactiveerd. Dit is een symbool, ik voel me machteloos. Het reflecteerde iets van vroeger. Het kind dat is overgeleverd aan iets wat het niet kan.’

We schieten collectief te kort tegenover onze kinderen, zonder dat we het weten. Hoe veranderen we dat?

“Wetenschappers moeten een brug slaan naar de maatschappij. Er is al heel veel onderzoek gedaan, ook onder zoogdieren. Als je een jonge rat een halfuur per dag uit het nest haalt, heeft dat al enorme gevolgen. Hitler deed gruwelijke experimenten met baby’s die alleen fysieke verzorging kregen. Ze overleden zonder uitzondering voordat ze vier maanden oud waren, We weten dat de prenatale periode en de eerste drie jaar heel belangrijk zijn voor de ontwikkeling van een kind. Al die wetenschappelijke kennis moeten we overdragen aan een groot publiek. In mijn nieuwe boek, dat over opvoeding zal gaan, wil ik dat proberen. Ook zou tijdens lessen in zwangerschapsgymnastiek aandacht moeten worden besteed aan zowel de emotionele behoeften van kinderen, als aan je eigen bagage. Wie heeft nou geen mensen in zijn omgeving die te veel eten, roken of drinken, die moeite hebben met relaties, depressief zijn, angstig, snel van slag? In mijn optiek wordt dat allemaal door vroeger veroorzaakt. Natuurlijk speelt ook biologische aanleg mee, maar met een stabiele jeugd waarin een kind eigen gevoelens mag hebben, die mag uiten en daar een begripvolle reactie op krijgt, zal die biologische aanleg zich niet manifesteren. Wat niet hetzelfde is als een kind altijd z’n zin geven, overigens. En natuurlijk is geen enkele ouder in staat om het altijd goed te doen. Niemand kan altijd geduldig of altijd aanwezig zijn. Verlies je je geduld, dan kun je je wél realiseren welke impact dat heeft. Je kunt het kind zijn angst laten uiten en het troosten.”

Je hebt je kinderen nooit naar een crèche gestuurd. Uit overtuiging?

“Het allereerste wat ik deed toen ik zwanger bleek te zijn, was me aanmelden voor een kinderopvangplaats. Maar toen Carsten er was, voelde dat totaal niet goed. Toen hij twee was, hebben we het nog een keer geprobeerd. Als we hem achterlieten, klampte hij zich aan zijn Grote Kabouterboek vast en huilde hartverscheurend. We zijn er al snel mee gestopt. Jim en ik besloten de zorg samen te delen. Dat kon ook, wat dat betreft zaten we in een bevoorrechte positie.
Ik denk dat bijna elke vrouw die een baby van drie maanden naar de crèche brengt, diep in haar hart hetzelfde voelt. Kinderen willen de eerste tijd bij hun ouders zijn. Maar we zitten klem. In het huidige systeem kunnen de meeste ouders niet de zorg geven die ze willen. Inzicht in emotionele behoeften en het onderkennen van de eigen bagage, zoals ik al noemde, zijn dan ook niet genoeg. Ook het systeem moet anders. We moeten toe naar het Zweedse model voor de verdeling van zorg en werk. Beide ouders moeten het recht krijgen om twee jaar lang vijftig procent te werken, zodat ze allebei veel bij het kind kunnen zijn. Er moeten duobanen komen, ook in managementfuncties.
Ik vind dat we kinderen een goed emotioneel fundament moeten bieden, ook in ons eigen belang. Doen we dat niet dan neemt de kans toe dat we ons kind beschadigen. De maatschappelijke kosten van het oplossen van psychische problematiek zijn enorm, denk aan de WAO of de wachtlijsten voor therapie. Opvoeding moet op de politieke agenda. Maar dan moet eerst tot ons doordringen welke prijs we er met z’n allen voor betalen.”

’Ik denk dat bijna elke vrouw die een baby van drie maanden naar de crèche brengt, diep in haar hart hetzelfde voelt’

De herontdekking van het ware zelf en Illusies zijn uitgegeven door L.J. Veen. Voor meer informatie over PRI: www.prionline.nl.
Tekst: Stephanie Jansen
Fotografie: Erik Buis
Visagie: Mettina Jager
Een artikel uit het maandblad Santé - oktober - 2003