PRI, leven vanuit liefde, compassie en verbinding

Interviews en Artikelen

Interview in SPH

Een gesprek met Ingeborg Bosch

“Verdringen van pijn vraagt een hoge prijs”

Psycholoog Ingeborg Bosch presenteert in haar boeken een therapeutische benadering van pijn die eerder een bewustzijnsleer en way of life behelst dan een therapie. Past Reality Integration (PRI) richt zich op het ervaren van het onbelaste heden. Haar stappenplan helpt clinten zich te bevrijden van de destructieve overlevingsmechanismen die hen gevangen houden in een vergeefs en onbewust gevecht met het verleden. Piet Winkelaar sprak met haar.

interview_sph_pic1

 

Ingeborg Bosch
'je kunt de destructieve invloed
an het verleden op het heden steeds
verder beperken.'

 

Je schrijft dat het erom gaat vrij te komen van de last van afweermechanismen die ontwikkeld zijn tegen oude verdrongen pijn, omdat die mechanismen het leven zwaar maken en destructief gedrag veroorzaken. Hoe kun je dat verleden ongedaan maken?

Om te beginnen kun je het verleden nooit ongedaan maken. Dat is een misvatting in veel therapeutische benaderingen. Bovendien hoeft het niet, het verleden is immers al voorbij. Wel kun je de destructieve invloed van het verleden op het heden steeds verder beperken. Dat is niet gemakkelijk en het is dikwijls geen korte weg. Om dat te bereiken is er in mijn benadering gelijkwaardige aandacht voor zowel het doen en laten (gedrag), het denken (cognitie) als voor allerlei gevoelens (emoties).

Jouw benadering betreft dus niet alleen praten en denken. Je benadert de destructieve afweer in het nu en de pijn in het verleden niet voornamelijk via de cognitie, maar ook via emoties en gedrag?

Precies. De Past Reality Integration is tot stand gekomen door een combinatie van inzichten die mij gevormd hebben: oosterse filosofien, met name het (zen-)boeddhisme, waarin het belang van zelfobservatie en de illusoire aard van veel van onze percepties een rol speelt, de gedrags en conditioneringprincipes van het behaviorisme en regressietechnieken zoals de primal therapie van Janov en de variant van Jenson daarop. Daarnaast ben ik gevormd door de inzichten van Alice Miller in de emotionele behoeften van kinderen en de destructieve werking van wat in onze westerse maatschappij nog dikwijls als een ‘gewone opvoeding’ gezien wordt. Ook ligt er een lijn met de recente ontwikkelingen in de neurologie, waarin duidelijk is geworden dat de ‘emotionele hersenen’ niet tot nauwelijks benvloedbaar zijn door rationele boodschappen.

Verdringen we pijn en verdriet die we nu ervaren vooral omdat dit in het verleden ook is gebeurd?

Naar mijn idee laten we nieuwe pijn die raakt aan de oude verdrongen pijn niet toe, omdat er zo’n grote lading achter zit. Hierdoor voelt het namelijk erg bedreigend om pijn in het heden te voelen. Van dit mechanisme is men meestal niet op de hoogte. Het enige dat men voelt is de sterke behoefte om alle pijnlijke gevoelens als het even kan uit de weg te gaan.

HET VERLEDEN VERANDEREN IS NIET ALLEEN ONMOGELIJK, HET HOEFT GELUKKIG OOK NIET MEER, WANT HET IS VOORBIJ EN WE HEBBEN HET OVERLEEFD.

Is dat niet een normale natuurlijke neiging?

Ik zie dit als een psychisch immuunsysteem waarmee gezonde kinderen geboren worden en dat nodig is om onze jeugd te overleven, waarin basale behoeften niet vervuld worden. Als we echter volwassen zijn, wordt dit mechanisme eerder destructief dan levensreddend. Daar wringt de schoen. We gaan immers gewoon door met leven vanuit dat inmiddels gedateerde overlevingsmechanisme, zonder dat we daar overigens weet van hebben.

Is dat de reden waardom pijn in onze maatschappij vooral bestreden en verdrongen wordt? Dat het een soort taboe is om pijn te accepteren?

Omdat deze overlevingsmechanismen bij iedereen spelen — geen enkel kind krijgt in mijn ogen wat het nodig heeft — worden ze collectief en daardoor kun je inderdaad spreken van een taboe op allerlei gevoelens, vooral gevoelens die met kwetsbaarheid, klein zijn en de daarbij horende pijn te maken hebben. Die zijn in onze westerse maatschappij en vooral binnen veel intellectuele kringen not done. Hiermee wordt op collectief niveau veilig gesteld dat ieders oude pijn verdrongen blijft. Onbewust blijft iedereen zich beschermen tegen de waarheid van het geheel hulpeloze, afhankelijke, overgeleverde en kwetsbare kleine kind dat we allemaal ooit zijn geweest.

Dat is geen goede zaak?

Als je ziet welke hoge prijs er op individueel en collectief niveau voor wordt betaald, dan denk ik niet dat je kunt spreken van een goede zaak. Denk bijvoorbeeld maar aan de enorme vlucht die het gebruik van psychofarmaca heeft genomen, het wijdverspreide misbruik van alcohol en drugs. Allemaal voorbeelden van bestrijdingsmiddelen om pijn en verdriet uit te bannen. Niet zonder schadelijke gevolgen.

Kun je iets meer zeggen over die schadelijke gevolgen?

De schadelijke gevolgen van drank- en drugsmisbruik lijken me voor de hand liggen. Maar ook psychofarmaca zijn veelal niet meer dan tijdelijke onderdrukkers van pijn en verdriet. Uiteindelijk bieden ze dikwijls geen blijvend soelaas en erger nog, ze vervreemden ons van onze werkelijke gevoelens en hun oorsprong. Vervreemding, eenzaamheid, agressie zijn moeilijk weg te denken uit onze levens. Tot slot is het van groot belang dat we ons realiseren dat het bestrijden van ons eigen verdriet het ons onmogelijk maakt om aan te voelen wat onze kinderen werkelijk nodig hebben. Als we dat niet kunnen aanvoelen omdat we onze eigen pijnlijke geschiedenis verdringen, kunnen we onze kinderen niet geven wat ze nodig hebben, hoeveel we ook van ze denken te houden.

Daarmee is de cirkel weer rond. Onze kinderen verdringen om te overleven op hun beurt de pijn hiervan door afweermechanismen te ontwikkelen die later destructief worden en leiden tot meer lijden in het heden dan nodig is.

In je eerste boek schrijf je dat snel kwaad worden of gerriteerd raken een van de kwalijke gevolgen is van het ontkennen of verdringen van vroegere pijn.

Ja, dat gebeurt door een confrontatie met een symbool van die oude verdrongen pijn. Dat symbool haalt de oude pijn naar boven, maar in plaats van die te voelen komt er afweer naar boven, bijvoorbeeld in de vorm van woede of irritatie. Iedere keer dat we onszelf wijsmaken dat boos zijn of gerriteerd raken een gezonde manier is om de situatie aan te pakken, zijn we in werkelijkheid bezig onze muur van ontkenning te versterken. En hoe dikker de muur, hoe meer moeite het zal kosten om te helen. Als we onszelf toestaan boos te worden op een symbool in het heden of op mensen in het verleden, dan schaadt dat ons heelwordingsproces. Boosheid bedekt de ware gevoelens die zouden moeten worden toegelaten.

Het lijkt me ook niet gemakkelijk om datgene wat je soms meemaakt of meegemaakt hebt echt onder ogen te zien: een afschuwelijke afslachting van je familie, een ongeluk dat je voor de rest van je leven tot een ernstig gehandicapte maakt, de dood van je kinderen. Soms lijkt het kiezen uit twee kwaden: liever psychofarmaca dan het onder ogen zien van de werkelijkheid.

Je noemt hier voorbeelden van traumatische gebeurtenissen in het NU. Waar ik het over heb, en wat er in minstens 97 procent van de gevallen aan de hand is in onze geprivilegieerde westerse maatschappij, is dat pijnlijke gebeurtenissen uit het verleden verdrongen worden. We laten de oude pijn niet toe, we zien onze emotionele geschiedenis niet onder ogen. Dat wil overigens niet zeggen dat psychofarmaca per definitie wel behulpzaam zijn bij het verwerken van pijn in het heden. Zoals ik al aangaf zijn ze helaas vaak niet meer dan een tijdelijk lapmiddel, dat bovendien werkt door mensen in emotionele zin ‘af te stompen’; een staat van zijn die ook niet erg prettig te noemen is.

Is het om pijn en verdriet te accepteren noodzakelijk om eerst de verdrongen pijn uit het verleden opnieuw te beleven, zoals Janov met zijn primal pain’ stelt?

Ik geloof niet in het herbeleven van pijn. Dat impliceert immers dat we hem al beleefd hebben. We hebben de pijn juist moeten verdringen en deze pijn toelaten houdt dus in dat we hem voor het eerst beleven. Wel denk ik dat het nodig is om te voelen dat het toelaten van de pijn die we een leven lang meedragen ons geen schade toebrengt en om te beseffen dat de pijn uit een ver verleden stamt. Dan wordt die pijn — die erg groot is — minder bedreigend en kunnen we ook in het heden toelaten wat op ons pad komt.

Het verleden is een belangrijk deel van iemands identiteit. Het lijkt me geen sinecure daar een deel van te willen veranderen. Je moet dan bijna een deel van je identiteit inleveren.

Het verleden veranderen is niet alleen onmogelijk, het hoeft gelukkig ook niet meer, want het is voorbij en we hebben het overleefd. Wel is de angst ‘jezelf’ of ‘je identiteit’ te verliezen een angst die dikwijls wordt ervaren door mensen die aan het begin van een PRI-proces staan. Dit soort gevoelens duidt op de angst die het toe laten van omvangrijke (oude) gevoelens altijd met zich mee brengt: ‘Ik verlies veel, mezelf, mijn zijn, mijn identiteit, mijn leven’, noem maar op. Feitelijk gebeurt dit allemaal niet en is er ‘slechts’ sprake van een bevrijding, een verlies van allerlei illusies met destructieve gevolgen voor ons dagelijks leven, waarin men gevangen zat zonder het te weten!

Het oude boeddhisme ziet de eigen identiteit ook als een illusie en plaatst de oorzaak van veel lijden in het niet kunnen loslaten van wat je meemaakt en van wat je bent. Begrijp ik het goed dat je hierop amendeert en het in jouw benadering niet over loslaten maar over toelaten gaat?

Identiteit in de zin van ‘zo ben ik nu eenmaal’ is ook in mijn ogen een illusie, een vorm van afweer waarmee we ons hebben gedentificeerd om te overleven. Loslaten van lijden daarentegen is in mijn ogen echter onmogelijk. Een vogel kun je loslaten door de deur van zijn kooi open te zetten. Hij zal wegvliegen. Oude verdrongen pijn daar entegen zit verankerd in ons lichaam en kan slechts toegelaten worden: erkend en herkend worden. Wegvliegen zal ze niet. Maar dat is ook niet nodig. Er is genoeg plaats om onze persoonlijke geschiedenis — hoe pijnlijk ook — in emotioneel onvervalste vorm bij ons te dragen. Dan zal ze precies dat zijn: geschiedenis in plaats van ongedefinieerde pijn waar we ons in het heden middels destructieve afweer mechanismen tevergeefs tegen proberen te verweren.

VOOR DE HULPVERLENER LIGT ONBEWUST ‘LIEFDADIGERSCHAP’ OF EEN BURN-OUT AL SNEL OP DE LOER.

Kunnen we onze geschiedenis wel in onvervalste vorm bij ons dragen? Verandert onze persoonlijke geschiedenis niet voortdurend, zoals elke geschiedenis telkens weer moet worden herschreven vanuit het perspectief van een veranderend heden?

Vanuit filosofisch oogpunt is dat wellicht juist. Daar zal ik geen uitspraak over doen. Maar wat ik in de praktijk zie is dat bewuste herinneringen — feiten die men zich herinnert — sterk benvloedbaar en daardoor ook veranderbaar zijn.

Bijvoorbeeld dat met de tijd alles wat achter ons ligt mooi er lijkt te worden: ‘Vroeger was het allemaal veel beter.’ Dat is natuurlijk onzin. Het geeft goed aan hoe onbetrouwbaar dit bewuste geheugen is — ook wel het expliciete geheugen genoemd. In PRI werken we daar dan ook niet mee. We praten niet over het verleden. Op die manier krijg je immers alleen toegang tot dit onbetrouwbare expliciete geheugen, waar de verdrongen oude pijn bovendien niet terug te vinden is. Hier tegen over staat het impliciete geheugen, het geheugen dat in mijn ervaring telkens weer feilloos de emotionele waarheid vertelt van het kind dat we waren. Die emotionele waarheid zit opgeslagen in ons lichaam en manifesteert zich gecodeerd in ons doen, denken en voelen. PRI geeft mensen de sleutel om deze waarheid te decoderen en daarmee toegang te krijgen tot dat wat in het impliciete geheugen ligt opgeslagen. Dit kan vervolgens gexpliciteerd worden — toelaten en benoemen van wat verdrongen was — waardoor de emotionele pijn en de afweer daartegen van het heden loskomen en verbonden kunnen worden met hun werkelijke oorsprong in het verleden. Uiteindelijk zullen we het heden dan kunnen beleven zoals het werkelijk is: meestal verrassend onbelast.

Heb je nog een advies voor mensen die als sociaalpedagogisch hulpverlener anderen in vaak moeilijke omstandig heden terzijde moeten staan?

Zorg dat je je eigen afweren en de daarachter verscholen oude pijn duidelijk krijgt. Doe je dit niet dan is de kans groot dat het verdriet en de pijn van de ander je eigen verdrongen pijn raakt, met als gevolg dat je zonder het te weten vanuit afweer bezig bent je clint te ‘helpen’ in plaats van vanuit een onbelaste staat van zijn. Voor de hulpverlener ligt onbewust ‘liefdadigerschap’ of een burn-out al snel op de loer. Voor de clint betekent het helaas veel vaker dan nodig ontoereikende en afweer versterkende ‘hulp’.

Raadpleeg voor meer informatie www.prionline.nl. Professionals in de hulpverlening kunnen door Ingeborg Bosch worden opgeleid tot PRI- therapeut. Inmiddels is er een landelijk netwerk van ongeveer 30 PRI- therapeuten die sinds 2000 bij haar in opleiding zijn. Op de man Jeugdzorg Z! op 11 november aanstaande zal voor genteresseerden een workshop over PRI worden gehouden.

L I T E R A T U U R :

Ingeborg Bosch (2000). De herontdekking van het ware zelf (achtste druk). Amsterdam: Veen.

Ingeborg Bosch (2003). Illusies (vijfde druk). Amsterdam: Veen

Ingeborg Bosch (1960) ontwikkelde, genspireerd door de samenwerking met psychotherapeut Jean Jenson, een nieuwe psychotherapie: Past Reality Integration (PRI). Over PRI schreef zij ‘De herontdekking van het ware zelf’ (2000). Daar zijn intussen acht drukken van verschenen. Haar tweede boek over PRI, ‘Illusies’, is aan de zesde druk toe. Ingeborg Bosch is gezondheidszorgpsycholoog en geeft individuele psychotherapie en groepstherapie. Sinds 2000 verzorgt zij ook een opleiding tot PRI therapeut voor beroepsbeoefenaren in de geestelijke gezondheidszorg.

Een artikel uit het tijdschrift voor sociale en (ortho)pedagogische functies (SPH).