PRI, leven vanuit liefde, compassie en verbinding

Wat hebben onze kinderen nodig?

plaatje blog DOG

GeVeS

Het krijgen van kinderen is een van de meest bijzondere ervaringen in een mensenleven. Het is geweldig om te zien hoe kinderen zich vanaf een jonge leeftijd razendsnel ontwikkelen en opgroeien tot jongvolwassenen. Het grootbrengen van kinderen – hoe geweldig ook - brengt ook vaak vragen met zich mee. Ouders vragen zich bijvoorbeeld af: doe ik het wel goed? Ben ik niet te streng? Geef ik juist te makkelijk toe?

Hoe ga ik om met ‘niet luisteren’, niet willen eten, ‘onbeleefd’ gedrag et cetra. Vanuit PRI zijn er twee handvatten die hierbij behulpzaam kunnen zijn: GeVeS en ARE. Beide worden uitgebreid besproken in het boek De onschuldige Gevangene. Hieronder een kort fragment uit dit boek over GeVeS.

Gezondheid, Veiligheid, Schadeloosheid (GeVeS – geef ’es)

"Geen geweld, verbaal of fysiek, geen negatieve aandacht, niet negeren, maar wat dan wel te doen in situaties waarin het kleintje de weg op rent, geen groente wil eten of spullen van de buurvrouw kapotmaakt? De volgende richtlijnen zijn vooral van toepassing voor de begeleiding van kinderen tot ongeveer 6 jaar. Daarna, als het kind eenmaal beschikt over een iets meer ontwikkeld inlevingsvermogen, worden ook andere zaken in de opvoeding van belang, zoals een appèl op de ontwikkeling van normen en waarden. De normen en waarden die je kind zal ontwikkelen zullen grotendeels bepaald worden door het voorbeeld dat je zelf geeft. Ben je zelf snel boos, dan zul je dat terugzien bij je kinderen. Ben je zelf geduldig, dan leren je kinderen dat ook. Vind je het belangrijk je medemens bij te staan als dat nodig is, dan zullen je kinderen dit automatisch overnemen. Vind je het belangrijk dat je kinderen de natuur niet vervuilen, raap dan zelf al je papiertjes op na een picknick in het bos. Hecht je aan bepaald woordgebruik en een basaal respectvolle houding naar andere mensen, noem de meester, de buurman of je baas dan geen ‘eikel’ of erger, hoe oneens je het ook bent met zijn gedrag. Realiseer je dus goed welk voorbeeld je precies geeft aan je kinderen. Hoe vaak je ook zegt belang te hechten aan bepaald gedrag, als je er zelf niet naar leeft, is de kans klein dat je kinderen het gedrag zullen ontwikkelen, hoe vaak je hen er ook toe tracht te bewegen.

Maar nu terug naar de eerste zes jaar, waarin dit soort zaken nog niet aan de orde zijn. Hoe sturend moeten we optreden, in hoeverre moeten we onze kinderen juist vrijlaten, moeten we grenzen stellen, en zo ja, waar dan?

Mijn richtlijn is om kinderen zo veel mogelijk hun eigen gang te laten gaan terwijl we een liefdevol oogje in het zeil houden. Pas op het moment dat hun Gezondheid, zowel de fysieke als de emotionele, hun Veiligheid of het mogelijk aan anderen toebrengen van materiële of immateriële Schade in het geding is, raad ik ouders aan zich niet terughoudend en op een sturende manier te mengen in het gedrag van hun kinderen. Zoals kinderen er sterk behoefte aan hebben niet genegeerd te worden, zo hebben ze ook sterk behoefte aan de duidelijke aanwezigheid van een liefhebbend leidende ouder. Als we klein zijn hebben we iemand nodig die ons bij de hand neemt en laat zien hoe het leven en de wereld werkt. Iemand die daar open en duidelijk in is, die de leiding neemt. Zonder iemand die de leiding neemt, wordt het leven een angstwekkend avontuur, waar je aan begint terwijl je maar al te goed weet dat je er niet tegen opgewassen bent.

Ouders die zelf een laisser-faire-opvoeding hebben ondergaan zijn dikwijls kinderen later in de kinderrij geweest van wie de ouders, anders dan bij hun eerste kind, druk waren met iets anders dan hun opvoeding. In de praktijk komt deze opvoeding, die op het eerste gezicht sympathiek kan overkomen, maar al te vaak neer op emotionele verwaarlozing. Als puber plukken we er schijnbaar de vruchten van, er wordt ons dan immers weinig in de weg gelegd, en hooglopende conflicten met ouders ontbreken. Maar wat er dan wel is in een dergelijke laisser-faire-opvoeding is niet altijd duidelijk. Het gebrek aan betrokkenheid bij het leven van kinderen, de laisser-faire-houding van ouders, laat deze kinderen eigenlijk al jong aan hun lot over.
Een klein kind heeft het nodig dat iemand haar bij de hand neemt, haar voor gevaar behoedt, haar gezondheid bewaakt en leert hoe ze kan voorkomen dat ze anderen schade berokkent.

Deze drie factoren - Gezondheid, Veiligheid, Schadeloosheid (GeVeS ) - vormen een duidelijke leidraad voor het besluit om al dan niet sturend in gedrag van kleine kinderen in te grijpen."

Wil je meer lezen over hoe je GeVeS in praktijk brengt? Lees dan 'De onschuldige gevangene' van Ingeborg Bosch. Het boek is verkrijgbaar bij de meeste grote boekhandels en online. Of zit je met opvoedingsvragen waar je graag hulp bij krijgt? Neem dan contact op met een PRI therapeut.