PRI, leben aus Liebe, Mitgefühl und Verbundenheit

PRI und Erziehen

Aanvoelen wat je kind nodig heeft

interview_ad_pic1

Met de beste bedoelingen gaan we voorbij aan de werkelijke behoeften van onze kinderen. Ook in die eerste jaren, die juist zo bepalend zijn voor hun latere emotionele stabiliteit. Hoe komt dat en wat is eraan te doen? Psycholoog Ingeborg Bosch legt het uit in haar nieuwste boek.
Tekst: Helga Kormos Foto: ANP/Ruud Hoff

  In een kinderdagverblijf leest een begeleidster voor. Te vroeg naar de crèche levert volgens psycholoog Bosch spanning op.

De baby laten huilen of oppakken? Naar de kinderopvang brengen of thuishouden? Het zijn van die vragen waar heel wat jonge ouders mee worstelen. En waarop zij in het woud van informatie op dit gebied zelf maar antwoorden moeten zien te vinden.

Terwijl er volgens psycholoog Ingeborg Bosch wel degelijk betrouwbare en objectieve informatie bestaat waaruit duidelijke richtlijnen zijn af te leiden. Alleen zitten die gegevens verstopt in voor de leek moeilijk leesbare wetenschappelijke tijdschriften.

Die kennis overdragen aan ouders en professionals die werken met klein grut, zag Bosch als haar verantwoordelijkheid. Het was een van de redenen voor het schrijven van haar nieuwste (zelfhulp)boek * over de omgang met kinderen.

We moeten weten, aldus de auteur, dat het babybrein extreem gevoelig is voor alles wat het kind pre- en postnataal meemaakt. Negatieve ervaringen veroorzaken de aanmaak van veel stresshormonen die de prille, zich snel ontwikkelende hersentjes schaden. Met vérstrekkende gevolgen voor de latere emotionele stabiliteit van het kind.

Nu moeten we niet denken dat stress alleen optreedt bij kindermishandeling en andere traumatische gebeurtenissen. Ook relatief minder ernstige, ‘gewonere’ negatieve ervaringen kunnen veel spanning veroorzaken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ouders hun kind te vroeg of te vaak naar de crèche brengen, hem laten huilen tot voedingstijd, hem negeren terwijl hij bang is en geruststelling nodig heeft. ,,Waar het om draait,’’ zegt Bosch, is dat een klein kind dan helemaal alléén is met zijn gevoelens. Dat er niemand is die hem de nodige hulp, troost of geruststelling biedt. Dát is wat de meeste stress veroorzaakt.

Bosch wil ouders trouwens niet beschuldigen, wel bewustmaken van wat er op het spel staat. Het is dus cruciaal dat moeders en vaders er zoveel mogelijk zijn voor hun jonge kind en direct n op de juiste wijze reageren op zijn signalen. Dan voelt hij zich veilig in de wetenschap dat er altijd iemand is die aan zijn behoeften tegemoetkomt: de basisvoorwaarde voor een veilige hechting en daarmee voor een goede ontwikkeling. Het is bevestigd door Amerikaans onderzoek met behulp van metingen van stresshormonen. Hoe beter de moeders reageerden op de signalen van hun kinderen, hoe veiliger gehecht zij waren en hoe lager hun stressniveau was.

Dat niemand hem hulp, troost of geruststelling
biedt. Dt is wat de meeste stress geeft.

Er is echter meer dat Bosch tot het schrijven van het boek dreef. Met zijn allen ontkennen wij volgens haar dat er het nodige hapert aan wat wij als een goede opvoeding bestempelen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de enorme aantallen volwassenen die kampen met angsten, depressies, verslavingen, noem maar op. Klachten die volgens Bosch ‘bijna altijd met vroeger hebben te maken’. Terwijl - let wel - hun ouders meestal het beste met hen voorhadden.

Zij noemt het dan ook ‘een hardnekkige mythe dat wij als ouders van nature weten hoe wij ons als vader en moeder moeten gedragen’. Opvoeden - of zoals Bosch het liever formuleert: het begeleiden van kinderen naar de volwassenheid - is geen sinecure. ,,Maar terwijl voor bijna alles in het leven een diploma nodig is, bestaat er voor het krijgen en opvoeden van kinderen geen enkele eis of opleiding.’’

Geen wonder dat Bosch erop hamert dat stellen met een kinderwens eerst uitgebreid stilstaan bij de herkomst van die wens, de consequenties van het ouderschap en nog veel meer. Dat aanstaande ouders zich grondig voorbereiden op de komst van hun kind, ook fysiek. Want: ,,Opvoeden is topsport, vooral in de eerste jaren en zeker als je een belaste voorgeschiedenis hebt. Preventie is zoveel beter dan behandelen achteraf.’’

Bosch heeft haar visie uitvoerig en met veel passie opgeschreven. Ouders en anderen die niet terugdeinzen voor zo’n vierhonderd indringende pagina’s, kunnen er hun voordeel mee doen. Dat geldt eveneens voor politici en beleidsmakers, want de auteur wendt zich in het laatste hoofdstuk ook uitgebreid tot hen. En wel met een groot aantal voorstellen voor hoe het in Nederland voor gezinnen beter kan worden geregeld. Ouders kunnen het immers niet alleen, zeker niet als zij worden geacht zorg en arbeid te combineren. De samenleving moet hen dus veel meer ruimte geven en hulp bieden om hun taak zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren.

Foto AD over een kinf dat steun en begrip nodig heeft

 

‘Voel aan dat
je kind begrip
en steun
nodig heeft
en geen berisping,
straf of
verwijt.’

 

Wat de lezer in het boek niet zal vinden, zijn gedetailleerde adviezen voor alle mogelijke opvoedingssituaties. Dat werkt niet volgens Bosch. Veel beter is het als ouders een ‘innerlijk kompas’ te ontwikkelen dat hun de weg kan wijzen. Dan hoeven zij niet meer terug te vallen op deskundig advies of - onbewust - de aanpak van hun eigen ouders te herhalen.

Want dit laatste gebeurt volgens Bosch onherroepelijk zolang wij onze ‘eigen bagage’ met ons meedragen: de negatieve ervaringen die wij zelf als kind hebben moeten verdringen om de pijn niet te hoeven voelen. Dat overlevingsmechanisme van toen zorgt ervoor dat wij in het hier en nu als het ware half geblinddoekt zijn. Bosch: ,,De helft van de pijn en behoeften van onze eigen kinderen ontgaat ons. Onze bagage belemmert ons inlevingsvermogen.’’

Een voorbeeld uit het boek ter verduidelijking: een moeder die als kind hard werd gestraft als ze in haar broek plaste, treedt net zo op bij haar eigen dochter. Die is daardoor op haar vierde nog niet zindelijk. De moeder ziet de angst van haar kind niet als ze haar streng aanpakt bij een ongelukje. Dat komt omdat ze haar eigen angst en wanhoop van lang geleden diep heeft moeten wegstoppen.

Hoe raken we die blinde vlekken kwijt?

,,Door ons bewust te worden van de destructieve overlevingsmechanismen die we inzetten om de in ons lichaam opgeslagen pijn van vroeger niet te voelen,’’ zegt Bosch. Zij heeft er een methode voor ontwikkeld, Past Reality Integration, kortweg PRI **. Die helpt de eigen, vroege jeugd onder ogen te zien en vooral ook te voelen hoe het is om zo klein en afhankelijk te zijn en niet te krijgen wat je nodig hebt.

De helft van de pijn en behoeften
van onze eigen kinderen ontgaat ons.

Dat proces doormaken, leidt er niet alleen toe dat je zelf evenwichtiger in het leven komt te staan. Het is volgens Bosch ook een voorwaarde om zuiver te kunnen aanvoelen wat je kind werkelijk nodig heeft. Dat is niet altijd eenvoudig. De echte behoeften van een kind zitten immers vaak verborgen. ,,Kinderen hebben meestal onvoldoende woorden tot hun beschikking om zich verbaal goed te kunnen uitdrukken,’’ weet Bosch. Dan is het maar goed als je kunt aanvoelen dat je dwarse of juist teruggetrokken telg begrip en steun nodig heeft en geen berisping, straf of verwijt.

Betekent het voorgaande nu dat Bosch kinderen in alles hun zin wil geven?

Verre van dat. Zij geeft in het boek dan ook niet alleen aan wat kinderen nodig hebben maar ook wanneer sturend optreden van de ouders is geboden. Een kind heeft het immers eveneens nodig dat iemand hem bij de hand neemt, voor gevaar behoedt, zijn gezondheid bewaakt en hem leert anderen geen schade te berokkenen. ,,Doe dat duidelijk en stellig maar met begrip,’’ zegt Bosch, ,,dus niet boos, verwijtend, schreeuwend, het kind duwend of trekkend. Anders leren wij hem bang te zijn voor ons.’’ 

Pleidooi
Meer ruimte voor het ouderschap
In haar boek De onschuldige gevangene pleit psycholoog Ingeborg Bosch net als verloskundige Beatrijs Smulders, ook voor meer en betere faciliteiten voor ouders. Die variëren van uitgebreid zwangerschaps- en ouderschapsverlof, parttime werken tot na de puberteit van de kinderen, tot moederen vaderloon, oudercursussen en nog veel meer. Het zou volgens haar ook normaal moeten worden om kinderen pas vanaf 2,5 of 3 jaar naar de crche te brengen. Vanaf die leeftijd beginnen kinderen het vermogen te ontwikkelen met elkaar te spelen. Dan nog zou het crchegebruik beperkt moeten blijven tot enkele dagdelen per week.
De meeste peuters komen twee dagen naar de kinderopvang, liet het Nederlands Jeugdinstituut/NJi onlangs weten. Net als Bosch pleit het NJi voor de aanwezigheid van steeds dezelfde leidsters (n dezelfde kinderen) omdat de kleintjes daar veiligheid aan ontlenen.

* De onschuldige gevangene, door Ingeborg Bosch, Uitgeverij L.J.Veen.

** Voor meer informatie over PRI, alle boeken van Ingeborg Bosch: http://www.prionline.nl/

Een artikel uit het dagblad AD van 9 januari 2008